LogiVille | Erik Switsers (BOMA Robotics): “Magazijnen lenen zich…

Erik Switsers (BOMA Robotics): “Magazijnen lenen zich prima tot inzet schoonmaakrobots”

25/01/2023 — minuten leestijd
Partners
Pit P Erik Switsers
Boma Booth

Vorig jaar werd BOMA Innovation Partner van Log!Ville. Op het eerste zicht een eigenaardige keuze voor een distributiebedrijf van schoonmaakproducten en -machines. Toch is er een duidelijke link met innovatie en logistiek: BOMA Robotics legt zich toe op schoonmaakrobots voor onder meer de magazijnen. “Logistieke gebouwen lenen zich prima tot deze vorm van robotisering”, stelt Erik Switsers, divisiemanager Machines & Robotics bij BOMA.

BOMA is een familiaal bedrijf dat 49 jaar geleden ontstond als leverancier van borstels en matten (vandaar de naam BOMA ). Vandaag verdeelt het een heel brede waaier producten en materialen voor de schoonmaak, gaande van reinigingsmiddelen tot schoonmaakmachines en -robots over karren, chemicaliën en desinfectiemiddelen. De hoofddoelgroepen zijn schoonmaakbedrijven, de zorgsector, overheden (gemeenten, sporthallen, enz.), de industrie en de logistiek. Naast België is het actief in Nederland, Luxemburg en Frankrijk.

“Ons portfolio machines is gestadig gegroeid en is vandaag gigantisch breed, met stof- en industriële zuigers, hogedrukreinigers, éénschijfmachines, veeg- en schrobzuigmachines en noem maar op. Vijf jaar geleden brachten we ook de eerste schoonmaakrobots op de markt”, zegt Erik Switsers

“Wij zijn al jaren lid van VIL en zo kwamen we in contact met Log!Ville. BOMA verzorgt inderdaad zelf de logistiek van de producten en materialen die het verdeelt. Wij beschikken over een sterk logistiek apparaat dat vanuit ons hoofdmagazijn aan de Noorderlaan in Antwerpen wordt beheerd. Daar hebben wij een aparte divisie voor de machines en de robots, BOMA Robotics”, voegt hij toe.

Een moeilijke omgeving

Toen BOMA ruim vijf jaar geleden in de distributie van schoonmaakrobots wou stappen, viel de kwaliteit van de beschikbare machines tegen. “Het waren bestaande machines die gerobotiseerd werden of robots die ook konden poetsen. In allebei de gevallen waren de resultaten eerder matig en zelfs teleurstellend in complexe omgevingen zoals hospitalen of zelfs warehouses. Uiteindelijk kwamen we bij Lionsbot uit Singapore terecht”, aldus Erik Switsers.

Dat er steeds meer belangstelling voor schoonmaakrobots is in vooral de zorgsector en de logistiek hoeft niet te verbazen, vindt hij. “In deze twee sectoren heerst een grote personeelsschaarste. Er is ook een tekort aan gekwalificeerd schoonmaakpersoneel. Saaie, repetitieve en fysiek zware taken kunnen er aan robots worden overgelaten, zodat het personeel zich beter kan toespitsen op de ruimtes waar fijner en kwalitatiever schoonmaakwerk moet worden verricht, zoals kantoren, vergaderzalen, enzovoort. Of, in de zorgsector, de kamers van de patiënten”.

Daarenboven is een magazijn door zijn inrichting een prima omgeving om de schoonmaak te robotiseren. “Het gebouw en de vaste objecten in kaart brengen om de robots efficiënt te laten navigeren is vrij eenvoudig. We kunnen ook eventueel ‘verboden’ zones aanduiden, zoals laad- en loskades en zones met veel bewegingen van vorkheftrucks waar een risico op ongevallen bestaat”, legt Erik Switsers uit.

Toch zijn er ook uitdagingen. Waar er menselijke beweging is, zijn bijvoorbeeld geavanceerde veiligheidsprotocollen nodig. Maar de belangrijkste is dat er vrij veel klein vuil kan rondslingeren, zoals verpakkingen, spanriemen en palletsplinters. “Voorvegen is bijna altijd nodig vooraleer er met water wordt gepoetst, net als bij traditionele schrobzuigmachines.

Autonoom maar niet volledig geautomatiseerd

Hoewel de logistieke gebouwen zich er zeer goed toe lenen, zijn de schoonmaakrobots er nog niet echt ingeburgerd. “In de zorgsector kende de vraag de afgelopen twee jaren een explosieve groei omdat door de covidcrisis er meer nadruk kwam te liggen op de kwaliteit van het schoonmaken en de desinfectie. De nood was daar dus groter. Toch merken we dat ook logistieke bedrijven steeds meer vragende partij zijn, wegens het personeelstekort. In de kantoren kan een schoonmaakbedrijf ingezet worden, maar in het magazijn zelf is het meestal eigen personeel dat schoonmaakt. Het loont dus om die mensen elders en beter in te zetten”, zegt Erik Switsers nog.

Toch kan een mens en een poetsmachine niet één op één vervangen worden door een robot. Een robot werkt volledig autonoom, maar niet alle taken worden overgenomen. Het vullen van de watertank, aflaten van het vuile water en opladen van de batterij aan een docking station kunnen volledig geautomatiseerd worden, maar vooral het dagelijkse onderhoud van de machine zelf - zoals het reinigen van de borstels en rubbers - dient nog steeds door een personeelslid gedaan te worden. Ook moeten in sommige gevallen de poetsschema’s aangepast worden (bijvoorbeeld om buiten de operationele uren van het magazijn schoon te maken), zodat de mogelijkheden van de robot worden gemaximaliseerd. “Dat leidt tot een beter rendement van de robot en een beter schoonmaakresultaat”, zegt Erik Switsers.

Log!Ville: drie doelstellingen

“Er moet dus goed nagedacht worden vooraleer men een machine door een robot vervangt. Daarom gaan we naar de bedrijven toe om over hun noden en verwachtingen te praten. Dat is overigens een van de drie doelstellingen die we voor ogen hebben door partner te worden van Log!Ville: het is een mooie en relevante omgeving om de mogelijkheden van de schoonmaakrobots te demonstreren. Ten tweede helpt het innovatieve karakter van Log!Ville om die technologie beter uit te dragen”, stelt hij.

Een derde doelstelling is het nastreven van kruisbestuivingen met operationele verantwoordelijken en de andere partners, zegt Erik Switsers. “Door met hen in contact te komen kunnen we de noden van de logistieke sector sneller begrijpen en de uitdagingen beter bespreken. Zoals gezegd fabriceren we de robots niet zelf, maar die input kan onze leverancier helpen bij het verbeteren van zijn producten. Wij zien onze samenwerking met Lionsbot immers als een lange termijn partnership. De technologie ontwikkelt zich zeer snel. Door knowhow en ervaring met hun ingenieurs uit te wisselen kunnen we hen helpen om ze in de juiste richting te doen evolueren”.

BOMA