The logistics demonstration and experience center

 “Investeren in infrastructuur om modal shift te stimuleren” – Frank Vancoillie (POM West-Vlaanderen)

5 minuten leestijd
Investeren in infrastructuur om modal shift te stimuleren” - Frank Vancoillie (POM West-Vlaanderen)

West-Vlaanderen wil koploper zijn in duurzame logistiek in Vlaanderen. Om dat doel te bereiken lanceerde POM West-Vlaanderen twee nieuwe projecten. Het gaat om CIRCOHUB in Wielsbeke en LARCOHUB in de logistieke zone LAR. POM West-Vlaanderen is collaboration partner van LogiVille. Frank Vancoillie, projectmanager Transport en Logistiek bij POM West-Vlaanderen, stelt beide projecten voor.

POM West-Vlaanderen stimuleert de modal shift al geruime tijd. Dat gebeurt door bedrijven actief te overtuigen en te ondersteunen. Zo werkt POM West-Vlaanderen samen met Multimodaal.Vlaanderen. Dat is een business unit van VIL. Het doel is duidelijk aantonen dat een modal shift ook economisch haalbaar is.

Daarnaast investeert POM West-Vlaanderen in infrastructuur voor de modal shift. Zo wordt de regio aantrekkelijker voor bedrijven. Er wordt ingezet op moderne, duurzame en efficiënte vervoersinfrastructuur. Ook bestaande terminals worden opgewaardeerd. CIRCOHUB en LARCOHUB passen volledig binnen die strategie.

“De provincie wil blijven werken aan haar multimodale ontsluiting”, zegt Vancoillie. “West-Vlaanderen telt twee havens. Dat zijn Oostende en vooral Zeebrugge. Daarnaast zijn er verschillende belangrijke binnenvaartassen. Denk aan de Leie, het kanaal Brugge-Gent en het kanaal Roeselare-Leie. Ook het spoor speelt een belangrijke rol. In het zuiden van de provincie is er veel industrie. Daarom willen we multimodaal transport daar maximaal bestendigen.”

Volgens Vancoillie is infrastructuur daarbij cruciaal. “Het is een klassiek kip en ei verhaal. Zonder infrastructuur is er geen vraag. Zonder vraag is er geen infrastructuur. Met CIRCOHUB en LARCOHUB doorbreekt de provincie die vicieuze cirkel.”

CIRCOHUB wil groeiverhaal bestendigen

River Terminal Wielsbeke ligt langs de Leie. De terminal bedient vooral de industrie in de regio Kortrijk en Waregem. Ze verwerkt zowel bulkgoederen als containers. De terminal bestaat al twintig jaar. Sinds ongeveer tien jaar kent ze een sterke groei.

Die groei is opvallend. De binnenvaart in Vlaanderen kent immers een dalende tendens. “We willen die groei absoluut bestendigen”, zegt Vancoillie. “Aan het huidige tempo dreigt de terminal binnen twee à drie jaar verzadigd te raken.” De toekomstige Seine-Scheldeverbinding zal die groei verder versterken. De ingebruikname is voorzien in 2030.

De groei is deels te danken aan het lokale industriële weefsel. In de regio zijn er bedrijven actief in machinebouw en flooring. Daarnaast is er veel voedingsindustrie en aardappelverwerking. Dat type industrie leent zich goed tot multimodaal transport.

Toch is er een onevenwicht tussen import en export. De conventionele containertrafieken zijn grotendeels in balans. Dat geldt niet voor de reefercontainertrafieken van de voedingsindustrie. Daar zijn vooral exportstromen. Die lopen hoofdzakelijk via de haven van Antwerpen. “Met CIRCOHUB in Wielsbeke willen we zowel de capaciteit uitbreiden als de trafieken beter in evenwicht brengen”, legt Vancoillie uit.

Innoveren met circulair beton

River Terminal Wielsbeke heeft een oppervlakte van ruim 4,5 hectare. De uitbating gebeurt via twee concessies. Delcatrans, recent overgenomen door Gosselin, behandelt de containers. Shipit staat in voor de bulkgoederen. In 2024 verwerkte de terminal 32.000 TEU en 210.000 ton bulk.

Aansluitend is er ruimte voor uitbreiding. De terminal kan groeien met 3,3 hectare. Daarvoor zal een derde concessie worden toegekend. “We hebben geen voorkeur voor containers of bulk”, zegt Vancoillie. “Beide stromen blijven groeien in Wielsbeke.”

Voor de verharding van het nieuwe terrein kiest POM West-Vlaanderen voor circulair beton. Dat is een innovatieve toepassing. Het beton bevat gerecycleerde materialen. De kwaliteit is vergelijkbaar met die van traditioneel beton.

Momenteel lopen verschillende testen. Er worden drie types circulair beton onderzocht. Daarnaast is er een pilootproject. Dat moet aantonen hoe de draagkracht optimaal kan worden benut. De resultaten zullen later ook in andere projecten worden toegepast.

Het CIRCOHUB-project werd eind vorig jaar goedgekeurd. Begin 2026 worden de plannen verwacht. De bouw kan dan eind 2026 starten. De oplevering is voorzien in oktober 2027. De toewijzing van de derde concessie loopt parallel.

“Met deze uitbreiding zijn we zeker klaar tegen 2030”, zegt Vancoillie. “Dan wordt de Seine-Scheldeverbinding in gebruik genomen.”

De totale projectkost bedraagt 4 miljoen euro. Daarvan komt 1,6 miljoen euro uit Europese steun van EFRO. Daarnaast investeren het Fonds voor Innovatie en Ondernemen (FOI), De Vlaamse Waterweg, de provincie West-Vlaanderen en POM West-Vlaanderen via DLW.

LARCOHUB moet spoortrafiek aanzwengelen

West-Vlaanderen zet niet alleen in op binnenvaart. Ook spoorvervoer krijgt extra aandacht. Met LARCOHUB wil POM West-Vlaanderen de LAR-spoorterminal opwaarderen. Die ligt in Lauwe-Aalbeke-Rekkem. De locatie bevindt zich tussen Kortrijk en de Franse grens.

De ambitie is duidelijk. LAR moet uitgroeien tot een moderne spoorconsolidatiehub voor containers. De logistieke zone bestaat al veertig jaar. Ze is een belangrijke speler in het zuiden van West-Vlaanderen.

Lauwe-Aalbeke-Rekkem is goed ontsloten via weg en spoor. Ze ligt op belangrijke Europese handelsroutes. Ook verschillende grote havens zijn vlot bereikbaar. Door haar ligging fungeert de zone als toegangspoort tot de Franse markt.

De LAR-terminal heeft bovendien een unieke positie. Het is de enige inland spoorcontainerterminal in West-Vlaanderen. Daardoor speelt ze een sleutelrol in de modal shift in de regio.

“Na veertig jaar is de infrastructuur aan vernieuwing toe”, zegt Vancoillie. “De huidige sporen kunnen treinen van maximaal 420 meter aan. In Europa is 750 meter vandaag de norm. Dat is een ernstige handicap.”

Ook de beschikbare yard-capaciteit is beperkt. Dat zet de rendabiliteit onder druk. De huidige concessie loopt bovendien binnenkort af. Die werd toegekend aan Delcatrans. De provincie grijpt dat moment aan om te investeren in modernisering en uitbreiding.

Opwaardering en uitbreiding

Vandaag ontvangt de terminal drie à vier treinen per week. Er zijn drie sporen aanwezig. Slechts één spoor is effectief in gebruik. De behandeling gebeurt met één reachstacker.

POM West-Vlaanderen wil dat aantal fors verhogen. Het doel is één à twee treinen per dag. Die moeten een lengte van 750 meter hebben. Omdat verlenging van de sporen niet mogelijk is, zullen treinen worden opgesplitst.

Een andere optie is het aanleggen van extra sporen. Zo kan met een portaalkraan worden gewerkt. Een studiebureau onderzoekt momenteel de verschillende scenario’s.

Daarnaast wordt ook de yard uitgebreid. Dat brengt bouwkundige uitdagingen met zich mee. Op het extra terrein is er een hoogteverschil. Bovendien moeten de werken gebeuren terwijl de terminal operationeel blijft.

Het project LARCOHUB kreeg in maart goedkeuring van EFRO. Het studiewerk is volop bezig. De plannen moeten klaar zijn in de loop van het eerste semester van 2026. De bouw start naar verwachting begin 2027. De vernieuwde terminal moet begin 2028 operationeel zijn. Tegen dan zal ook de nieuwe uitbater bekend zijn.

Het totale budget bedraagt 5,25 miljoen euro. Europa draagt 2,1 miljoen euro bij via EFRO. De overige middelen komen van het Fonds voor Innovatie en Ondernemen, de provincie West-Vlaanderen, de intercommunale Leiedal en POM West-Vlaanderen via DLW.

POM West-Vlaanderen

Meer te weten komen over deze collaboration partner? Lees hier meer over POM West-Vlaanderen.