Hét logistiek demonstratie en belevingscentrum

Andrei Bartic (Flanders Make): “Intelligente voertuigen moeten vooral sneller kunnen ‘nadenken’”

4 minuten leestijd
Flanders Make

“Meer en meer voertuigen kunnen vandaag al – met of zonder begeleiding van een mens – zich autonoom verplaatsen, maar ze moeten nog intelligenter worden. Reactiesnelheid is daarbij de grootste uitdaging. In de toekomst zullen veel van die voertuigen niet alleen autonoom kunnen rijden, vliegen of varen, maar ook op zichzelf kunnen werken”. Dit zegt Andrei Bartic, die bij het onderzoekscentrum Flanders Make de cluster ‘Motion Products’ leidt.

“Voertuigen worden steeds meer autonoom. In de intralogistiek is deze trend al zeer sterk, in die zin dat de automatisch geleide voertuigen (AGV’s) er stilaan vervangen worden door autonome mobiele robots (AMR’s). AGV’s zijn in magazijnen al vrij goed ingeburgerd en hebben hun deugdelijkheid bewezen. Maar als een AGV op zijn traject een obstakel tegenkomt, zoals een pallet op de grond, stopt het en moet het door een operator geholpen worden.

AMR’s daarentegen zijn veel flexibeler en weten hoe ze met obstakels moeten omgaan. Ze zijn intelligenter en kunnen zelf beslissingen nemen. Maar ze zijn ook zeer voorzichtig – en dus traag – omdat ze in een omgeving werken waarin zich ook mensen en heftrucks bevinden. Hierdoor zijn hun mogelijke taken beperkter”, stelt Andrei Bartic.

“Om de AMR’s naar een hoger niveau te tillen moeten ze dus nog slimmer worden. Ze moeten niet alleen leren omgaan met mensen en gevaarlijke situaties maar ook en vooral sneller reageren. Snelheid is eigenlijk een grotere uitdaging dan intelligentie. Vergelijk het met een automatische piloot in een vliegtuig: als zich een gevaarlijke situatie voordoet, dan neemt de piloot in een flits de controle over en weet hij op basis van zijn ervaring en training hoe hij moet reageren. Een autonoom voertuig moet dus niet alleen slim zijn, maar ook snel kunnen ‘nadenken’. De ontwikkeling van dergelijke algoritmes is dus een grote uitdaging”, voegt hij toe.

Slimmer maar vooral sneller

De reactiesnelheid opdrijven is iets waaraan Flanders Make hard werkt. “We doen dat met verschillende bedrijven in verschillende sectoren. Voertuigen intelligenter en sneller maken is eigenlijk eenzelfde uitdaging voor de verschillende toepassingen waarin ze worden ingezet. De problematiek is dezelfde voor alle autonome voertuigen, of het nu gaat om een AMR, een heftruck, een (vracht)drone, een truck, een trein of een bezorgrobot in de last mile”, stelt Andrei Bartic vast.

“De nood om de intelligentie sneller te maken geldt overigens ook voor semiautonome toepassingen, waarin het voertuig wordt ondersteund door een mens. Neem de semiautonome binnenschepen van bijvoorbeeld Seafar. Als men bepaalde taken verder kan automatiseren door de systemen slimmer en sneller te maken, kan de operator meer schepen tegelijk aansturen”, zegt hij.

Geconnecteerd

Snelheid is overigens een belangrijk aspect in de connectiviteit. “Slimme en autonome voertuigen zoals drones en AMR’s of semiautonome binnenschepen dienen onderling geconnecteerd te kunnen worden. In ons onderzoek maken we vooral gebruik van bestaande technologieën om data te sturen en te ontvangen, maar ook hier speelt snelheid een grote rol in de overdracht. Zeker als deze voertuigen zich in een complexe omgeving verplaatsen”, klinkt het.

Schaal is een uitdaging

Wat de meeste van deze sectoren ook gemeen hebben, is dat ze de nodige investeringen in R&D moeilijk kunnen financieren. “In de autosector – of zelfs de vrachtwagensector – hebben de Mercedessen en de Tesla’s van deze wereld de resources om daarin grootschalig te investeren. Sectoren zoals de AMR’s, de drones of de binnenvaart hebben geen kapitaal om het onderzoek te financieren. Ze hebben dan ook meer nood aan de ondersteuning van Flanders Make”, stelt hij vast.

Geld kan dus een beperking zijn om binnen een sector snel te evolueren naar slimmere en autonome voertuigen. “Maar ook de geesten kunnen het proces vertragen. Treinen evolueren bijvoorbeeld maar traag naar meer autonomie, omdat het spoorvervoer een vrij conservatieve sector is. Sporen zijn nochtans een zeer gunstige omgeving om in alle veiligheid meer autonomie te testen en te realiseren. Dat bewijst de metro al jaren: in talrijke landen rijden volledig autonome metrostellen probleemloos rond”, voegt hij toe.

Ook autonoom werken

“Meer en meer voertuigen zullen in de toekomst niet alleen autonoom kunnen rijden, maar ook op zichzelf kunnen werken. Denk onder meer aan zelfstandig functionerende vorkheftrucks, AMR’s of zelfs landbouwtractors. Dat is de volgende grote stap”, stelt Andrei Bartic. Flanders Make ontwikkelt daarom technologie om verschillende toepassingen op punt te stellen die nuttig kunnen zijn voor meerdere sectoren.

“AMR’s kunnen zich al autonoom in het warehouse verplaatsen, maar het picken gebeurt nog steeds door een mens. In de serreteelt bestaan al rijdende robotarmen die aardbeien plukken. De algoritmes die deze technologie gebruikt kan men extrapoleren naar het orderpicken in een magazijn”, klinkt het.

Wetgeving kan rem zijn

In de verschillende sectoren is er dus een algemene trend te ontwaren, met name dat de voertuigen niet alleen intelligenter en autonomer worden, maar ook sneller beslissingen kunnen nemen. Toch zijn er ook beperkingen. Sommige zijn sectorspecifiek, maar de grootste rem is de wetgeving.

“De snelheid waaraan technologie kan evolueren gaat samen met de snelheid waaraan de wetgeving aangepast wordt. Zo ontstaat een kip-en-ei situatie. De wetgeving wil dat alles zo veilig als mogelijk verloopt. De technologie kan die garanderen, mits ze genoeg kan getest worden. Er is dus een wettelijk kader nodig om – zeker in de openbare ruimte – meer autonomie te kunnen ontwikkelen en te kunnen experimenteren”, zegt Andrei Bartic.

“In Europa moet men autonome voertuigen bijna zonder uitzondering in gesloten omgevingen of circuits testen, terwijl men in de Verenigde Staten minder beperkingen oplegt. Er zijn bijvoorbeeld verschillende staten zijn waar autonome vrachtwagens op de openbare weg getest mogen worden. Ze hebben wetgeving ingevoerd die het mogelijk maakt om deze technologie in reële omstandigheden te testen. Deze vrijheid maakt me eigenlijk jaloers”, stelt hij tot slot.

Flanders Make

Als Collaboration Partner is Flanders Make veel betrokken bij Log!Ville. Lees meer.